De Nieuwe Vaart  
.
       
 
 
  home gallery expositions artists Bloemekenswijk  
 
     
 
        Geo De Bruycker

.......
.

 
 

  Geo stelde tentoon in Galerij De Nieuwe Vaart in 2007

TXT-uur
Grafiek en schilderijen van Geo De Bruycker

29 september tot 14 oktober 2007
inleiding door Hendrik Braem

CV
Geo
over zijn werk

Op zondag 7 oktober en 14 oktober gaf Geo in de galerij uitleg over zijn werk en illustreerde dat met een drukpers

.

 
      Geo De Bruycker is de Laureaat van de Wedstrijd HAT ART van Galerij De Nieuwe Vaart.

De wedstrijd startte met de gelijknamige tentoonstelling van Sylvie De Craemer en Vincent Obert de Thieusies op 2/2/07.

HAT ART
-
toelichting bij Geo's ontwerpen
- de
hoeden van Geo tussen de andere hoeden

.

 
  detail olie op doek        
       
olie op doek

.

 
        Inleiding door Hendrik Braem

Een bedrukte offsetplaat uit één blad aluminium vond zijn weg doorheen het Hat Art Evenement naar deze tentoonstelling van Geo De Bruycker.

En die speelt zich af tussen deze Hoge Priesterlijke Hoed en dit Hoedje van Papier, tussen het zinnebeeld voor het volle gewicht van de macht van schrifttekens, gefixeerd in rituelen, tot de speelse ontmythologiserende kracht van de poëtische verbeelding.

Het was dit hoedje, Geo’s hoedje dat mij eerst trof, niet dat ik hem hiermee op een stokpaardje en het zwaard van Tuizentfloot, meteen, aha,  ten strijde zie trekken, het woestijnzand in,
om laag na laag als bij een ui,
verzonken verhalen op te diepen,
ten einde als glorieus paleograaf het doek
met olieverf te lijf te gaan.

.

Verhalen waarbij ongeletterden gebukt gaan onder de magie van een dwingende tekst tot verhalen van geletterden die zoeken naar de mythe achter een onleesbare schriftuur.

.

Zo is er het verhaal van de vondst in het zand aan de oostelijke zijde van de Dode Zee in Dhiban,
waar een Arabische gids aan een zendeling uit de Elzas, Klein genaamd,
een zwarte basalten steen toonde van ongeveer 1,20 hoog en half zo breed.
Er stond een tekst op die nog niemand had kunnen ontcijferen, werd Klein verzekerd.

Hij begreep ogenblikkelijk dat het hier om een belangrijke vondst ging, maar hij had de pech dat het juist bijna zonsondergang was.
En de zon gaat in die streken veel sneller onder dan in onze contreien.
Dus had hij nog wat tekens kunnen natekenen om later uit te zoeken, toen zijn gids hem duidelijk maakte dat zij nu echt moesten vertrekken en hij de steen moest achterlaten.

Eenmaal terug in Jeruzalem, waarschuwde Klein de Pruisische consul.
Deze toonde belangstelling, maar ook Engelsen en Fransen die over de stèle hadden gehoord, deden moeite hem te verwerven.

Zoveel interesse maakte de plaatselijke bevolking wantrouwig.
Zij besloten dat de steen waaraan zij magische krachten toeschreven, niet in handen van de vreemdelingen mocht vallen.
De steen werd daarom verhit; er ging koud water overheen en door de plotselinge afkoeling barstte hij uit elkaar.
Nu was hun steen veilig voor de roofzucht van de westerlingen en konden de inwoners van Dhiban de brokstukken voortaan als amulet gebruiken in hun graanopslagplaatsen - de bijzondere kracht van de steen zou de oogst beschermen, ook al lag hij nu in stukken.

Bijna was deze zeer belangrijke tekst op die manier voor altijd verloren gegaan, ware het niet dat een ambitieuze, jonge Fransman Charles Clermont-Ganneau eerder papieren afdrukken van de steen had laten maken.
Niet zonder risico voor zijn knecht, die de afdruk maakte en daarmee  de woede van de bevolking op zijn hals haalde.

Clermont-Ganneau wist bovendien ongeveer tweederde van de oorspronkelijke steen - in fragmenten weliswaar - in handen te krijgen door met goudstukken te rinkelen.
De brokstukken kwamen via Jeruzalem in het Louvre te Parijs terecht, waar de steen weer in elkaar werd gezet en op grond van de afdrukken aangevuld. Niet alles viel meer te reconstrueren, omdat de afdruk het slotgedeelte niet had meegenomen. Toch is de tekst voor het merendeel zonder meer te lezen.

.

Zo is er, dames, het verhaal uit Bemidbar,
In de Woestijn, hoofdstuk 5

Voor een man over wie de geest van jaloersheid is ontbrand:
De priester zal de  vervloekingen schrijven op een rol en dan wegwissen in het bittere gewijde water.
Dan laat hij de vrouw drinken, het bittere water dat vloek brengt…
Geschieden zal het als zij in ontrouw trouweloos geweest is tegen haar man:
komen zullen in haar de vloekbrengende wateren …
worden zal zij tot verwensing in de kring van haar gemeenschap.
En als de vrouw zich niet besmet heeft, rein is zij, ongedeerd blijft zij…

naar boven

Zo is er, heren, het verhaal uit Plato’s Phaedros waar Socrates ons zegt:

ik kom niet onder het gevoel vandaan, Phaedros, dat schrijven bedroevend veel lijkt op schilderen; ook al vertonen de creaties van de schilder een verschijningsvorm van het reële leven, toch, zo je daar vragen over stelt, bewaren ze een zwaarwichtig zwijgen.

En hetzelfde kan je zeggen over speechen.
Je zou toch denken dat ze schrander zijn,
maar wil je echt iets te weten komen en je stelt één van de twee (de schilder of de spreker naar gelang) een vraag, dan krijg je steevast het zelfde antwoord: euh…

Neen zou ik zo zeggen in Phaedros’ plaats, de uiterlijke verschijningsvormen die ons in de war brengen, zijn de weerslag van de  achterliggende beweegredenen, eigen aan het privédomein, en daarom niet minder waar, want  essentiëel voor het scheppen van kunst.

Schrift heeft namelijk een tweesnijdend lemmet, enerzijds brengt het “de heilige waarheid” die mensen in haar greep wil houden en anderzijds stimuleert zij het intellectuele avontuur die de wijsheid met vreugde omarmt.

Zo heeft Geo het schrift met vreugde omarmd en geeft elk van ons de kans om in alle sereniteit op zoek te gaan naar de eigen verhalen in een ruimte, ontdaan van hen die ons doen buigen voor die ene mythe die zij waarheid noemen.

Tot slot kan ik enkel het woord laten aan de droom van de poëzie uit Jacques Hamelinks werk:

diep
in het ongevensterde,
in de bewustzijnsspinde,
bij de tijdsteen,
ijsgekoeld,
ademt zich vrij, onbecijferbaar,
je zoveelste spraakgestalte.

Ik dank u

Xavier Couplet & Daniel Heuchenne, Religions et Développement: les religions et l’écriture pp. 50-54;
K.A.D. Smelik, Neem een boekrol en schrijf: De vondst pp.41-44
Pieter Oussoren, De Naardense Bijbel, Nu.5,11-31
Plato, Phaedrus: http.//classics.mit.edu/Plato/phaedrus.html
Jacques Hamelink, De droom van de poëzie, Ons Erfdeel Jrg. 40, 1997; digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren

 
           
           
 
     
 
    home sitemap a tot z links